Caiño Blanco

Het is steeds intrigerend een wijn te proeven waarvan het waarschijnlijk is dat hij zich nog zelden op je pad zal vertonen.  Vorige week in Spanje was ik te gast op een proeverij van Terras Gauda. Deze bodega uit O Rosal, één van de vijf subzones in de Rias Baixas, maakt zoals je kan verwachten voornamelijk wijn van albariño.  Maar achteraan de proeftafel zag ik een fles ‘La Mar’ . De zee dus. Nu zijn we lang geleden allemaal uit de zee gekropen om te evolueren tot de wijn drinkende massa die we nu zijn en het lijkt alsof de zee ons steeds terug roept.

De fles was open dus heb ik me een glas ingeschonken. 90% caiño blanco, 10% albariño en loureiro. In wijn uit de Rias Baixas verwacht ik voornamelijk floraliteit ( acacia en linde) met perzik, bergamot, peer en een ziltige verwijzing naar de zee. Hier kreeg ik echter tropische aroma’s, ananas en lychee.  De ziltigheid was vervangen door een aardse mineraliteit en sensatie van aromatische kruiden met rijpe meloen op een laag romige, ingepakte fijne lies.

Jammer dat dit de minst aangeplante druif in deze regenachtige regio is. Maar ook begrijpelijk. De druif is een late rijper en als er geen droge nazomer is, dan was alle moeite voor niks en kan ze onmogelijk rijp worden geoogst.  Ieder jaar opnieuw spannend: of ze gaat kapot aan meeldauw of ze geeft haar unieke minerale karakter met diepte en kracht.

Naast de 57ha in O Rosal schijnen er 7ha te staan in Portugal. Bij een volgende proeverij van Portugese wijnen ga ik goed kijken naar de achterkant van de proeftafel.

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *