In april had ik de eer op uitnodiging van de Symington Family (Graham’s, Cockburns, Dow’s, Warre’s, Quinta do Vesuvio) en de Flatgate Partnership (Taylors, Croft, Fonseca, Krohn) een bezoek te brengen aan Porto en de Douro vallei. Dat opende nogal wat deuren, zo heeft Paul Symington bijvoorbeeld de sleutel van de Factory House (Feitoria Inglesa) in zijn vestzak. Eén van die plaatsen waar de geschiedenis uit muurspleten en van tussen houten balken tuimelt.
Sinds de 18de eeuw was dit gebouw bedoeld als ontmoetingsplaats voor buitenlandse (lees Engelse) handelaren om hun belangen in de Portohandel te bepleiten. Het werd al snel een eliteclub waar het er om ging een export monopolie te consolideren. In 1806 verkreeg de Britse ambassade het recht op de grond waarop het gebouw staat ‘ from this day and forever’, dat was dus in de sjakos. Er volgden eeuwen van monopolie en bevechten van dit monopolie. Gevolgen waren oa de oprichting van de Douro Wine Company in 1756 met meer Portugese invloed gevolgd door de ‘Tipplers Riots’ (opstand van de herberg-eigenaars omwille van de prijsstijgingen die volgden uit de Portugees-Britse machtsstrijd) Er kwam ook een tijdelijk Franse bezetting toen Napoleon Portugal binnenviel.
In de 19de eeuw was het meer een exclusief ontmoetingshuis voor leden van de ‘British Association’, of de overlevende Britse portohuizen. De schilderijen van de afwisselende voorzitters (treasurer) zijn de eerste die van tussen granieten zuilen op je neerkijken bij binnenkomst. Goedemorgen Cockburn, Croft, Delaforce, Fladgate, Forrester, Graham, Guimaraens, Robertson, Roope, Sandeman, Symington, Warre.
Daarna via de trap waarvan elke trede uit een massief stuk graniet bestaat, niet ondersteund maar verankerd in de muur. Aan diezelfde muur 18de eeuwse kaarten met de vage, half onbekende contouren van continenten als Australië en Afrika. Hier en daar wat verduidelijkende tekst voor de reiziger zoals: ‘woonplaats van kannibalen’.
De trap leidt naar de lunchroom. Sinds eeuwen is deze maaltijd hier op woensdag en bij het aperitief ligt de Times van die dag, maar dan 100 jaar geleden, ter inzage. Het digestief is steeds een Vintage Port waarvan enkel de treasurer weet dewelke en waarbij de aanwezigen proberen jaartal en Porthuis te raden. Veel zekerheid heb je niet met een kelder waarin 15 000 Ports rusten. Dat woensdag lunch dag is, is omwille van de vroegere postbedeling. Een brief van Londen naar Porto deed er 3 dagen over. Op zondag werkte men niet in Londen, dus kon je op woensdag geen post verwachten en was er tijd om te middagmalen met vrienden.
In de balzaal waar het jaarlijkse Christmas Ball doorgaat, stonden ditmaal 3 reeksen van 9 port klaar. Ondanks de afwezigheid van muziek werd het nog stiller toen we (16 studenten Master of Wine) als eersten na de Symington Family de net gedeclareerde Vintage 2016 mochten proeven.
Voor een sigaar in de dessert room bleek geen tijd meer, men verwachtte ons voor de vrijdagslunch op Quinta do Noval, waar de Vintage van 2003 zou zijn, maar wel met de fijne vermelding ‘Nacional’.


 


Het is de wijn die iedere brasserie en elk restaurant op de kaart moet hebben. Vergeleken met Bordeaux of Bourgogne is de Loire een minder bekende en onderschatte wijnregio en daarin is Sancerre dan weer de bekende appelatie. Als de wijnkaart jou richting uitkomt, een feilloze keuze want voor je gezelschap ben je avontuurlijk genoeg om niet in de bekende wijnstreken te vissen en eveneens voldoende kenner om nog steeds een goede fles te selecteren.

Of die steeds zo goed is, is echter de vraag.

Dit weekend bezocht ik Sancerre en de wijnboeren gaven me bovenal een gevoel van indolentie. Het doel, wereldwijde bekendheid, bereikt en welke Loire wijn doet ons wat? Toch niet Saint Nicolas de Bourgueil of Montlouis sur Loire? Geen Amerikaan of Chinees die dat ooit wil proberen uitspreken.
Zo krijg je wijnboeren die leunend op een pallet, dat morgen richting Japan vertrekt, een boom opzetten over de onbetrouwbaarheid van plukkers. Duidelijk dat ook de bank er voldoende gerust in is om hun het kapitaal te lenen, nodig voor de aankoop van een oogstmachine. ( een vendange van ongeveer 20 ha kost € 70 000 bij manuele pluk, terwijl je een oogstmachine hebt voor € 320 000. Na 4 jaar ga je dus een geweldige meerwinst maken als je de vendageurs de geschiedenis in schopt)

Waarom drink je Sancerre? Het is een kwestie van complexiteit, het noordelijke fruit dat, als het goed is, begeleid wordt door zinderende mineraliteit, gedragen door scherpe maar rijpe zuren. En daar gaat het wringen, het is overduidelijk dat omwille van de klimaatsopwarming de aciditeit daalt en de wijnen ronder worden. Dat heeft invloed op de algehele balans, terwijl ook het fruit exotischer wordt. Kortom Sancerre gaat lijken op sauvignon blanc uit Marlborough. Wijn die onstuimig expressief is, maar tegelijk vervelend en saai.

Topdomein Henri Bourgeois heeft ook een bedrijf op Nieuw Zeeland en ik vroeg of hun Clos Henri ooit het niveau van Sancerre zou kunnen bereiken. Trots haalde men een Revue du Vin de France boven met een sauvignon blanc klassement, de bovenste 5 plaatsen voor Sancerre en nummer 6 voor Clos Henri. De omgekeerde wereld. Blij zijn dat Marlborough en Sancerre naar elkaar toegroeien, maar niet willen zien dat dit is omwille van verlies aan verfijnde ‘noordelijkheid’ in Sancerre ipv aan winst in complexiteit in Nieuw Zeeland.

Als ik opa Trump moet geloven dan is het enkel toeval dat de Sancerre de laatste jaren warmer en daarmee banaler en saaier wordt. Zelf denk ik dat de wijnboeren beter een op de toekomst gerichte nervositeit zouden voelen ipv met een zelfvoldane zekerheid hun paletten de wereld in te sturen.


De letters MW zijn de meest gerespecteerde in de wijnwereld, meer nog dan de RD op een fles Bollinger. Er is een aanloop nodig alvorens men de studie voor het 4-daagse examen, (waarbij sommige kandidaten zowel fysieke als mentale coaches inschakelen) kan beginnen. De minimumvoorwaarde is geslaagd zijn voor niveau 4 van de Wine and Spirit Education Trust, het diploma genaamd plus slagen voor het ingangsexamen van The Institute of Masters of Wine. Een haalbare kaart, zo bleek toen ik mijn toelatingsmail kreeg in september. Het is pas dan dat men de onwaarschijnlijkheid binnenkomt, een wereld waar het slaagpercentage 3% bedraagt. Open deze deur dus slechts uit nieuwsgierigheid.

Deze week was ik in Londen voor de course days. Een soort introductie waar elke egogerelateerde hunkering wordt weg geblazen. In plaats van koffie zetten ze om negen uur 12 glazen witte wijn voor je neus met de vraag zo precies mogelijk te zeggen waar elke wijn vandaan komt, van welke druiven die gemaakt werd en hoe; de kwaliteit te vergelijken en hun commerciële positie op de wereldmarkt. Je wordt een bevroren konijn voor een lichtbak.

The Institute, zoals ze zichzelf noemen, raadt aan om studie-en proefgroepen te vormen en zo elkaars kennis te versterken. Allemaal fijn indien je in Londen woont, maar dat ik vanuit Gent ga afspreken met een meneer uit Moskou en een mevrouw uit Hong Kong lijkt onwaarschijnlijk. Die vinden de Mokabon toch nooit. Vervangend neem ik me voor tevreden te zijn met alles wat ik bijleer en verdere ambities te begraven zoals de oude Egyptenaren hun farao’s.

De tweede dag is anders. Niet meer ontspannend, nee, maar nu zijn het 12 rode wijnen. Dit motiveert nog minder om met de dag door te gaan dat het Engelse ontbijt van daarnet. Ik troost mezelf, denkend dat als je hier niet angstig van wordt, je een gebrek aan verbeelding hebt.
Uiteraard komt de pinot noir niet uit Bourgogne, dat merk je toch aan de warmte en hoge alcohol? Central Otago vaneigenst, de kleur vertelt het toch? Welke pinot heeft anders dit zwart fruit? Eén en ander omwille van de ozonlaag die in dit deel van de wereld dunner is.
Ofcourse is de merlot Zuid-Afrikaans, het is toch de leafroll die voor die methoxypyrazine zorgt?
Maar nee, die nebbiolo kan geen Barolo of Barbaresco zijn, hij is te weinig intens. Dit krijg je enkel in de Langhe. If it walks like a duck, quakes like a duck and looks like a duck, it is a duck. Simpel. Zo gaat dit door tot ik mij om 17h bijna onder in plaats van in The Underground sleep.

Blij dat ik niet hoef te slagen.


Zonder dogma’s geen godsdiensten. Je kunt enkel geloven in iets wat je niet weet. Als het aantoonbaar en bewijsbaar is, dan wordt het een feit. Dan kom je op het terrein van de wetenschap. Laat dat nu het dogma van de wetenschap zijn: enkel wat bewijsbaar is, is van tel en daar stopt dan ook de werkelijkheid.

Daartussen bevindt zich de wonderlijke wereld der biodynamie, in dit geval uiteraard de biodynamische wijnbouw. Rudolf Steiner bracht ons de antroposofie en haar praktische toepassingen. Een weg naar inzicht die het geestelijke in de mens met het geestelijke in de kosmos wil verbinden. Een zoektocht naar bevrediging van de behoeftes van hart en gevoel. Een gruwel voor de wetenschap, een waardevolle beleving voor mensen die bepaalde vragen over het wezen van de mens en wereld even existentieel ervaren als zij honger en dorst ervaren.

Biodynamie prikkelt mij. De 8 preparaten van Steiner zijn al lang niet meer absoluut en wijnboeren experimenteren met kruiden en grassen die zich in de onmiddellijke omgeving van de wijngaard bevinden. Het blijft verbazend hoe luchtig de grond en hoe gezond de wijnranken in hun wijngaarden zijn. Meer en meer maken biodynamische wijnboeren vanzelf ook natuurwijnen omdat ze niet langer zwavel of andere manipulaties nodig lijken te hebben tijdens de vinificatie.

Dit weekend was ik bij Champagne Augustin, blij dat ik nog kon worden ontvangen zo kort voor de vendange, die Jean Augustin omschrijft als ‘Vent des Anges’. Een Vent des Anges die enkel door vrouwen mag gebeuren, omdat zij vruchtbaarheid symboliseren.

Ik zag er het eerste houten vat qua vorm geïnspireerd op een moederschoot, waarin straks de wijn mag groeien als een baby. In een kelder gedragen door de elementen. Niet vier, maar de Oudgriekse vijf. Daarom de sterrenhemel op de zoldering. Om het element ether (dat de hemellichamen oproept) van Aristoteles ook een plaats te geven. Vuur gesymboliseerd door een rood geschilderde muur; aarde in de stenen amphora’s waar de wijn zal gisten; water, constant gedynamiseerd omdat geen enkele leiding er een bocht van 90° neemt. Water mag enkel vloeien door afgeronde buizen gebaseerd op de Gulden Snede. Het Gulden Getal 1,618 is in de kelder overal meetbaar. En gelukkig was er ook lucht, anders had ik daar moeten blijven. Ook de amplitude van de muziek die in de wijngaard gespeeld wordt volgt dit getal, zodat ziektes door de trilling gestopt zouden worden alvorens de druif te bereiken.

De wetenschapper naast mij gruwde, de ‘hunkeraar’ in mij flitste vrolijk rond. De hunkering naar puurheid, weg van de steriliteit van inox, weg van de kopervergiftiging in de bodem, weg van de zuurstofverjagende zwavel. En toch banaliseert Jean Augustin de wetenschap niet, dat zou dom en naïef zijn. De Tabel van Mendeljev, waarbij de elementen met gelijke elektronenconfiguratie boven elkaar staan, speelt een grote rol in zijn beslissingen. Het periodiek systeem kan gebruikt worden om overeenkomsten te vinden tussen de eigenschappen van elementen en dat is precies waarvoor hij ze gebruikt.
Zo zien we onder het element koper, zilver en goud staan. In plaats van de wijngaard te bestoken met het kopersulfaat uit de Bordolese Pap, gaat hij dus ten strijde met een subtiel mengsel van koper, zilver en goud. Geen wonder dat ik er € 50 voor een fles diende te betalen.

Onder zuurstof ( element 8) in de tabel vinden we zwavel ( element 16). Jean concentreert zich op het element zuurstof, vraagt de kosmos dit te verdubbelen en vermijdt zo het gebruik van zwavel. Ik voel het, de wetenschapper in u gruwt ondertussen eveneens, maar hoe rationeel ik ook probeerde te blijven, de unieke levendigheid en onbeschrijfbare energie in zijn Champagne, deed me een aankoop doen die ik me helemaal niet kan permitteren.


De geest maakt interesse sprongen. Wat daartoe de aanleiding is valt niet steeds te achterhalen. Die van mij zoekt rust tijdens deze niet werkelijk zomerse augustusmaand in Indisch vegetarische kookboeken. Al 15 jaar denk ik sporadisch aan experimenteren met dal, gobi, narangi pulao, aardappelbonda’s, groentenmasala’s, pawa en jadish saag aloo en nu gebeurt het als vanzelf. Het kruidenrek wordt hervult en bij de afwas kleurt het water geel.
Het probleem dat zich stelt is niet de ingrediëntenkeuze en kruiding maar wat een bijpassende wijn kan zijn. Ik herinner me mijn eerste maaltijd in New Delhi waarbij een plas zweet onder mijn stoel. Ik hou van pittig, maar chili kan niet het hoofdingrediënt van een schotel zijn. Bovendien vind ik koriander, kurkuma, fenegriek, gember, kardamon en garam masala veel interessanter om te combineren en een gerecht te laten steigeren. Maar wat drink je daarbij?

De vluchtheuvel van lokale wijn met lokaal gerecht kan hier niet helpen. Ik herinner me de Indische wijnen die ik proefde, hoewel ik mijn best doe om ze niet te herinneren. Ook het betere werk van bijvoorbeeld de Sula-winery uit Nashik ( Maharashtra) kan me niet charmeren. Dit is een land waar de hitte en vochtigheid de wijnrank geen goed doet. Geen druiven zonder irrigatie en terwijl we hier de herfstbuien van augustus beleven zorgt de klimaatsverandering voor een dodelijk watertekort op het Indische subcontinent. De tropen maken bovendien dat de wijnrank geen rust krijgt, na de oogst gaan die gelijk verder werken en komen zo tot een tweede vendange binnen hetzelfde jaar. U en ik weten hoe belangrijk rust is om iets deftigs te produceren.

Kruidigheid in het gerecht, dus kruidigheid in de wijn? Het magneetgebied is dan Zuid-Frankrijk, wijnen uit de Rhône, Languedoc, Provence, De kruiden zijn hier echter peperig, tonen kruidnagel, laurier, tijm, rozemarijn, soms lavendel. Dit is het ook niet, de ene kruidenwereld kan niet steeds de andere charmeren.

Meestal gaat een sommelier dit probleem proberen oplossen door aromatische witte wijn voor te stellen, type gewürztaminer, viognier, muscat. Maar wat als je omwille van de herfstzomer geen zin hebt in wit of die uitgesproken, maar meestal niet al te subtiele, opdringerige wijnaromas?
Ik vond het antwoord, opnieuw bij de veeleisende pinot noir. Vroeger lamentabel indien aangeplant buiten de Bourgogne, maar nu reist ze met voorzichtige lichtheid noordwaarts. Niet alleen Sancerre, Duitsland en België mag zich bezinnen over toenemende aanplant, ook de Elzas geeft momenteel een geheel nieuw profiel aan deze moeilijke dame. Op terugtocht van mijn jaarlijkse wijn РTour de France stopte ik bij Andre Kientzler ( Ribeauville) omdat ik verzot ben op de minerale strakheid van zijn rieslings. Ik nam ook een doos pinot noir 2016 mee, die ik niet mocht voorproeven, maar er zijn van die wijnbouwers die je in het verleden voldoende kippenvel bezorgden om ze te vertrouwen.

Bakken fruit, rood, vers geplukt met het gevoel van spelen in de boomgaard op 10-jarige leeftijd. Kruidigheid? Nee. Complex? Nee. Plezant, smakelijk, vlot. Ja. De kruidige complexiteit zit in het gerecht en doet verlangen naar de chaotische smeltkroes die het land is, maar de wijn houdt me hier, vertrouwd fruit die deze herfstzomer even tot lente maakt met een zachte weemoed van kersen plukken alvorens uit de boom te tuimelen.


Er zijn heel wat appellaties die je wel eens zal bezoeken indien in de buurt. Het zijn geen magneten als Bordeaux of de Champagne. Zo kwam ik in Quincy terecht omdat mijn favoriete wijnboeren in Sancerre geen tijd hadden, de niet-biologische moesten met Bordolese pap de wijngaard in en andere hadden nog rognage ( snoeien van de uitlopende scheuten) te doen.
In geen enkele branche beginnen veel woorden met ‘Q’. In de wijnwereld denk ik aan Quarts de Chaume, Quatourze, Quercetin (anti-oxidant), Quercy, Quinta en dus ook Quincy. Het gaat hier om een Aop van 269 ha op de linkeroever van de Cher met vooral zand en gravel. De pluim die de appellatie op de hoed kan steken is dat ze de tweede erkende Aoc was, na Chateauneuf-du Pape. Dit te danken aan het indertijd gemakkelijke rivier transport.
Men produceert er voornamelijk pittige wijn van sauvignon blanc, die echter het delicate van Menetou-Salon en Sancerre ontbeert.
Toen ik er een wijnboer zijn wijngaard zag bewerken met een grote zwarte ezel, kon ik niet anders dan nieuwsgierig stoppen. Jean-Jacques en Maryline Smith werken echter niet biologisch, het is lutte raisonnée. Wel manuele oogst en met plaats voor oude zeldzame cépages.
Ze vonden nog 3 wijnstokken met genouillet in hun wijngaard, een druif waarvan men dacht dat ze omwille van de phylloxera volledig was uitgestorven. Ze zijn ze gaan kweken en hebben inmiddels een aanplant van 1,8ha. Op de fles prijkt fier ‘Intemporel’ en 5 novembre 2005, de dag waarop men de eerste 150 wijnstokken experimenteel aanplantte.
En hoe onbekend ook, met succes. Ik proefde een wijn die zich tussen gamay en pinot noir bevindt qua ( weer een q) lichtheid en charme en tussen mondeuze en syrah wat het aromatisch plezier betreft. Rood fruit ja, maar ook zwart met bovendien uitgesproken kruidigheid (peperkoek met kaneel).
Er zijn nog honderden appellaties te bezoeken wanneer eens in de buurt. Als uitgestorven gewaande cépages terug kunnen keren dan moet dat voor lift odyssees ook lukken.


Ik kreeg aangekondigd bezoek uit Amerika. Een wijnkenster. Dan kan je geen Gallo op tafel zetten. ‘Toevallig’ was ik dezelfde dag in een wijnwinkel, waar flessen Ridge, Santa Cruz Mountains 2007 in de uitverkoop stonden. Nuja, uitverkoop betekende nog steeds ‚Ǩ 37. Maar we hebben het wel over druiven uit de Monte Bello wijngaard.
De klassieker die eerste werd op de re-tasting van The Paris Judgement in 2006(op het eerste Judgement in 1976 was hij 5de tussen Chateau Haut-Brion en Chateau Leoville Las Cases in).
Als de Monte Bello alle grote wijnen uit Bordeaux achter zich laat dan moet je de Santa Cruz Mountains zien als de tweede wijn van een Premier Grand Cru Classé uit Médoc.
En inderdaad de fles toonde zich met fijn gepolijst fruit en tannine evenwaardig aan het beste wat Bordeaux te bieden heeft. Dan kan je al bijna van een koopje spreken.
Wat superlatieven en enthousiasme betreft doet een Amerikaan niet onder voor een Nederlander en terwijl de fles meer en meer wat fruit terug nam om over te gaan naar een weelde van tertiaire geuren was het gehele wijn vocabularium opgebruikt en de fles was nog maar half weg. Deze wijn drink je immers niet, je zipt eraan en amper 30 seconden later zip je opnieuw, tot je niet meer beseft dat er nog andere onderwerpen van gesprek bestaan.
De Monte Bello op The Paris Judgment van 2006 was een 1971 en je kan je afvragen of in de huidige Californische wijnmaakstijl (super rijpe druiven afkomstig van lange hangtijden) dergelijke veroudering nog mogelijk zou zijn. Maar wat maakt het uit? Waarom moet je als wijnliefhebber decennia wachten alvorens grote wijn te drinken? 10 jaar is reeds enorm, de meeste mensen krijgen slechts 7 keer 10 jaar in dit leven en de eerste 2 schijven kan je niet meerekenen, want dan ben je eerst met melk en daarna met bier bezig.
Santa Cruz Mountains zijn 141 700 ha interessante wijngaarden ten zuiden van San Francisco. Een AVA ouder dan Napa Valley. Minder en meer geïsoleerde wijngaarden, maar perfect om je Amerikaanse en Nederlandse vrienden naar één onderwerp te brengen.


Het is steeds intrigerend een wijn te proeven waarvan het waarschijnlijk is dat hij zich nog zelden op je pad zal vertonen.  Vorige week in Spanje was ik te gast op een proeverij van Terras Gauda. Deze bodega uit O Rosal, één van de vijf subzones in de Rias Baixas, maakt zoals je kan verwachten voornamelijk wijn van albariño.  Maar achteraan de proeftafel zag ik een fles ‘La Mar’ . De zee dus. Nu zijn we lang geleden allemaal uit de zee gekropen om te evolueren tot de wijn drinkende massa die we nu zijn en het lijkt alsof de zee ons steeds terug roept.

De fles was open dus heb ik me een glas ingeschonken. 90% caiño blanco, 10% albariño en loureiro. In wijn uit de Rias Baixas verwacht ik voornamelijk floraliteit ( acacia en linde) met perzik, bergamot, peer en een ziltige verwijzing naar de zee. Hier kreeg ik echter tropische aroma’s, ananas en lychee.  De ziltigheid was vervangen door een aardse mineraliteit en sensatie van aromatische kruiden met rijpe meloen op een laag romige, ingepakte fijne lies.

Jammer dat dit de minst aangeplante druif in deze regenachtige regio is. Maar ook begrijpelijk. De druif is een late rijper en als er geen droge nazomer is, dan was alle moeite voor niks en kan ze onmogelijk rijp worden geoogst.  Ieder jaar opnieuw spannend: of ze gaat kapot aan meeldauw of ze geeft haar unieke minerale karakter met diepte en kracht.

Naast de 57ha in O Rosal schijnen er 7ha te staan in Portugal. Bij een volgende proeverij van Portugese wijnen ga ik goed kijken naar de achterkant van de proeftafel.

 

 


Dit  weekend was er een Masterclass van het Institute of Masters of Wine te Haro in de Rioja. Een voorstelling van hun programma en toelatingsvoorwaarden. Omdat ik daar dankzij het behalen van het Diploma WSET 4 bij mag zijn, koos ik deze bestemming  om het Hemelvaartweekend invulling te geven. Om er te geraken diende ik eerst naar de stad van het Guggenheim te vliegen.  Schoolvoorbeeld van deconstructie architectuur, die verwarrende bouwstijl waarbij schijnbaar willekeurig bij elkaar geplaatste vlakken en verwrongen lijnen  de indruk wekken dat de boel bezig is in elkaar te zakken.

Ik was er een uur voor sluitingstijd, te laat om nog binnen te gaan maar gelukkig is er de bar met pintxos. De Baskische versie van tapa’s en evengoed een manier om verrassend en sociaal te tafelen. Je bent natuurlijk in een van de beroemdste musea van de wereld, vandaar het enorme acrylwerk van Juan Perez Agirregoikos aan de muur. Een nachtelijk woud met  symbolisch politieke en filosofische boodschap.  Je loopt zowat altijd te vlug door een museum en nu kon ik mijn volle aandacht gedurende een uur op  één werk richten.

Tijd, cultuur en kwaliteitskeuken zonder al te veel regels, daar hoort lokale wijn bij. En lokaal is die. Op slechts enkele honderden ha staan de druiven hondarribi zuri (wit) en hondarrabi beltza (rood). Er is wat minimale export, maar het is vooral een van die wijnen die je lokaal moet drinken.  De Txakoli ( Chacoli in het Spaans) wordt traditioneel van op een meter boven het glas ingeschonken zodat het lichte koolzuur de aroma’s doet stuiven. Niet hier in de bar van het Guggenheim waar een onzekere student  de glasrand gebruikt om de fles te ondersteunen.  De lichte en zure wijn (neerslag in de wijngaarden 1600mm, dat is boven het Belgische gemiddelde) werd ooit omschreven als een Muscadet met een scheutje Cava. Een verkeerd geschonken wijn die toch prima stand houdt naast het visueel instortende gebouw van Frank Gehry.

Natuurlijk koppel je deze ervaring aan vermeend Baskische, koppige wijnboeren, die de wijn blijven maken in een op zicht te koud en nat klimaat op de rotsige kust ten westen van San Sebastian. Zolang de pintxos met zeevruchten waren en het Guggenheim niet  instortte zat ik goed. Misschien moet ik eens terugkeren voor de kunstcollectie?


Taalkundig is wijn mannelijk, we spreken immers over de wijn.

Bij het wijnproeven en wijn maken introduceren commentatoren en journalisten echter een geslachtelijke opsplitsing. Vrouwen zouden beter en nauwkeuriger, zeg verfijnder proeven dan mannen en daardoor als wijnmaakster betere troeven in handen hebben dan de eventueel technisch gelijkaardig of beter onderlegde mannelijke collega. De wijnboerin zou organoleptisch tot de betere beslissingen komen wat betreft aroma extractie en balans in de wijn.

De aandrang om hokjes te bouwen en opsplitsingen te maken is antropologische luiheid en menselijke gemakzucht. Twaalf dierenriemtekens; biologisch genetische rasopdelingen; dag-en nachtmensen, rechte of kromme kleine teen-mensen en de overal terugkerende zij die goed kunnen parkeren en veel pinten drinken tegenover diegenen die veel babbelen en lichte witte wijn lusten. De armetierige man-vrouw opsplitsing, bron van ellende en tijdverlies. Zo zijn er sites waar je enkel de producten van  wijnboerinnen kan kopen. Eén met de slagzin: ‘Verander je kijk op de wereld. Koop wijn van vrouwelijke wijnboeren’.

Waar ik echter ook graag uit de bocht ga is om de opsplitsing vrouwelijk-mannelijk toe te schrijven aan de kenmerken van wijn, dat dan weer gekoppeld aan de druif waarvan deze werd gemaakt.

In Bordeaux trouwen het mannetje, cabernet sauvignon en het vrouwtje merlot met elkaar en de assemblagehoek van de wijnkelder is het altaar waar deze verbintenis wordt ingezegend. Merlot,  gemakkelijke rijpster, zoet, fris en aldus vlot drinkbaar gooit zich samen met de tannine- en zuurrijke, harde monolithische cabernet.  Een droomhuwelijk voor de wijnliefhebber.

De delicate aroma’s en fluwelen textuur van pinot noir trekken ook deze druif in het vrouwelijke kamp. Bij een grote Bourgogne moet je er soms een decennium op wachten maar charme is een term  die er evengoed als het rode fruit blijft aankleven.

Monastrel die in Frankrijk de naam mourvèdre kreeg laat zich beschrijven met koppig, gestructureerd, gevoelig aan reductie, waardoor ze vaak beluchting nodig heeft alvorens zich aromatisch te openen. Intens in zwart fruit, alcohol en tannine. Mannelijk dus.

Een zeer slechte wijnmaker zou dus afgaande op deze analyse en naar voorbeeld van de Bordeaux, pinot noir en monastrel kunnen mengen op zoek naar evenwicht. Het zou echter zijn alsof Patti Smith zou trouwen met Donald Trump. Er zijn meer parameters die invloed uitoefenen dan onze drang tot dualistische vereenvoudiging.

De opsplitsing zorgt dus meer voor schrijfgemak in wijnbesprekingen dan bruikbaarheid in de wijnkelder, of deze nu aan een mannelijke of vrouwelijke wijnmaker toebehoort.  Wat stand houdt is onze fascinatie. Fascinatie voor mensen en wijnen en de woordenpuzzel waarin we houvast zoeken om onbeschrijfbare sensaties toch te proberen communiceren.

Gomaar Laureyns.  DipWSET