Txacoli bij het Guggenheim

Dit  weekend was er een Masterclass van het Institute of Masters of Wine te Haro in de Rioja. Een voorstelling van hun programma en toelatingsvoorwaarden. Omdat ik daar dankzij het behalen van het Diploma WSET 4 bij mag zijn, koos ik deze bestemming  om het Hemelvaartweekend invulling te geven. Om er te geraken diende ik eerst naar de stad van het Guggenheim te vliegen.  Schoolvoorbeeld van deconstructie architectuur, die verwarrende bouwstijl waarbij schijnbaar willekeurig bij elkaar geplaatste vlakken en verwrongen lijnen  de indruk wekken dat de boel bezig is in elkaar te zakken.

Ik was er een uur voor sluitingstijd, te laat om nog binnen te gaan maar gelukkig is er de bar met pintxos. De Baskische versie van tapa’s en evengoed een manier om verrassend en sociaal te tafelen. Je bent natuurlijk in een van de beroemdste musea van de wereld, vandaar het enorme acrylwerk van Juan Perez Agirregoikos aan de muur. Een nachtelijk woud met  symbolisch politieke en filosofische boodschap.  Je loopt zowat altijd te vlug door een museum en nu kon ik mijn volle aandacht gedurende een uur op  één werk richten.

Tijd, cultuur en kwaliteitskeuken zonder al te veel regels, daar hoort lokale wijn bij. En lokaal is die. Op slechts enkele honderden ha staan de druiven hondarribi zuri (wit) en hondarrabi beltza (rood). Er is wat minimale export, maar het is vooral een van die wijnen die je lokaal moet drinken.  De Txakoli ( Chacoli in het Spaans) wordt traditioneel van op een meter boven het glas ingeschonken zodat het lichte koolzuur de aroma’s doet stuiven. Niet hier in de bar van het Guggenheim waar een onzekere student  de glasrand gebruikt om de fles te ondersteunen.  De lichte en zure wijn (neerslag in de wijngaarden 1600mm, dat is boven het Belgische gemiddelde) werd ooit omschreven als een Muscadet met een scheutje Cava. Een verkeerd geschonken wijn die toch prima stand houdt naast het visueel instortende gebouw van Frank Gehry.

Natuurlijk koppel je deze ervaring aan vermeend Baskische, koppige wijnboeren, die de wijn blijven maken in een op zicht te koud en nat klimaat op de rotsige kust ten westen van San Sebastian. Zolang de pintxos met zeevruchten waren en het Guggenheim niet  instortte zat ik goed. Misschien moet ik eens terugkeren voor de kunstcollectie?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *